
Als kind voelde ik mij een jong boompje dat naar de zon wil groeien en telkens onverwacht en bot afgehakt wordt. Ik trok mij terug en durfde niet meer naar het licht te reiken. De takken van mijn boom groeiden niet in een mooie authentieke vorm naar de zon maar gingen zich richten op de verwachtingen van anderen in de hoop niet meer afgekapt te worden. Ik verleerde naar mijn zachte, innerlijke stem te luisteren om mij te vertellen welke kant ik op moest. Mijn takken wrongen zich verkrampt in allerlei bochten en werden steeds minder soepel. En als het in mijn leven hard ging waaien werd het lastig mee te bewegen en niet te breken. Ik zocht en zocht en zocht…… overal buiten mij, naar manieren om mijn zieke boom te genezen. Inmiddels heb ik ervaren dat de heling van binnenuit komt. Ik durf weer te hopen. En het maakt niet uit hoe hard het stormt buiten, binnen is het veilig en warm. Zoals Emily Dickinson zo mooi omschrijft;
‘Hope’ is the thing with feathers
That perches in the soul
And sings the tune without the words
And never stops at all
Het begon met af en toe een sprankeltje. Door mijn aandacht steeds weer terug te brengen en op deze manier te trainen werd de ruimte in mij steeds groter. De ruimte die altijd al gevuld is met kalmte, vertrouwen en plezier. Het is de levensenergie van de boom zelf waar ik mijn hoop op richt en die mijn hoop is.
Reactie plaatsen
Reacties